Voor de bank in de woonkamer trekken we rustig drie maanden uit. Showroombezoeken, zitproeven, verhitte discussies over de vulling van de kussens en de kleur van de poten. Voor de plek waar we van mei tot september onze avonden doorbrengen, nemen we vervolgens genoegen met hard teakhout of een gietijzeren stoeltje dat vooral decoratief bedoeld lijkt.
Dat is gek, zeker in een land waar buiten zitten bijna een grondrecht is. Volgens het CBS heeft ruim 87 procent van de Nederlanders een buitenruimte, of dat nu een tuin, een terras of een balkon is. Bijna iedereen heeft dus een buitenkamer. Bijna niemand richt hem in als een kamer.
Waarom buiten zitten zo vaak tegenvalt
Het antwoord zit in het meubilair zelf. Tuinmeubels worden gebouwd om weer, wind en verwaarlozing te overleven, en dat vraagt om harde materialen. Hout, aluminium, wicker en polyrotan zijn geweldig bestand tegen een regenbui, maar geen van alle is ontworpen voor een mensenlichaam dat er twee uur op wil zitten.
Binnen zou niemand dat accepteren. Daar is de zachte laag vanzelfsprekend, van de bank tot de eetkamerstoel. Buiten vergeten we die laag, en vervolgens verbazen we ons erover dat iedereen na het toetje snel naar binnen schuift.
De zachte laag is het halve meubel
De oplossing is verrassend klein. Een goed gevuld en comfortabel zitkussen maakt van dezelfde harde stoel een compleet andere zitplaats. Let daarbij vooral op de dikte en de vulling, want een dun sierkussentje is na een half uur alsnog een harde plank. Een kussen van een centimeter of acht met een stevige schuimkern houdt zijn vorm, ook als er elke avond iemand op zit.
Kies daarnaast voor een afneembare hoes. Buiten leven betekent zonnebrandcrème, gemorste rosé en af en toe een vogel met een mening. Een hoes die de wasmachine in kan, haalt de spanning van dat alles af.
Buiten laten liggen of binnenhalen
Blijft de vraag die elke kussenbezitter kent. Moet alles elke avond mee naar binnen? Het eerlijke antwoord is dat moderne buitenstoffen een buitje en een nacht dauw prima overleven, maar dat wekenlang buiten laten liggen de levensduur flink verkort. Vocht trekt langzaam in de vulling en dat ruik je uiteindelijk terug.
De gulden middenweg is een kussenbox of een ruime mand bij de achterdeur. Het opruimen kost dan letterlijk dertig seconden, en de kussens liggen er in het voorjaar nog net zo fris bij als toen je ze kocht. Wie dat ritueel eenmaal te pakken heeft, doet het op de automatische piloot, ongeveer zoals je binnen ook niet elke avond bewust de kussens opschudt en het toch doet.
Behandel je tuin als een kamer
De tuin is de enige kamer van het huis die we zonder zitcomfort durven op te leveren. Draai dat om en er verandert meteen iets in hoe je de ruimte gebruikt. Wie buiten net zo lekker zit als binnen, blijft buiten. De koffie op zondagochtend verhuist naar het terras, het werkoverleg op vrijdagmiddag ook.
Meet dus niet alleen hoeveel stoelen er om de tuintafel passen, maar vraag je af op welke daarvan je vrijwillig een hele avond blijft zitten. Dat aantal is meestal nul. Gelukkig is dat het makkelijkst op te lossen probleem van je hele inrichting.